De internationale olieprijs is vrijdag verder gestegen en heeft het hoogste niveau in bijna zes maanden bereikt. Een vat Brentolie kostte in de loop van de handelsdag US$ 117,18, terwijl de prijs kortstondig piekte op US$ 117,38. De stijging wordt aangewakkerd door nieuwe spanningen in het Midden-Oosten en zorgen over verstoringen van de olievoorziening. Voor Suriname betekent de ontwikkeling dat het steeds moeilijker kan worden om het bestaande brandstofprijsplafond te handhaven.
De Brentolieprijs steeg vrijdagmiddag met US$ 4,01, oftewel 3,54 procent. Ook de Amerikaanse oliesoort West Texas Intermediate (WTI) werd duurder en bereikte US$ 103,22 per vat. Brent stevende daarmee af op een wekelijkse prijsstijging van ongeveer 6,7 procent.
De onrust op de oliemarkt volgt op aanvallen van Houthi-rebellen op doelen in Saoedi-Arabië, waaronder energievoorzieningen. Het Saoedische staatsoliebedrijf Saudi Aramco liet donderdag zijn hoofdkantoor in Dhahran evacueren vanwege de verslechterde veiligheidssituatie.
Daarnaast hebben de autoriteiten van de Verenigde Arabische Emiraten olievervuiling vastgesteld voor de kust van Umm Al Quwain. De vervuiling zou afkomstig zijn van een tanker, maar de precieze oorzaak is nog niet vastgesteld.
De ontwikkelingen vergroten de bezorgdheid over de veiligheid van de scheepvaart en de olie-export vanuit het Midden-Oosten. Vooral de Straat van Hormuz, een belangrijke doorgangsroute voor internationale olietransporten, staat onder druk door aanhoudende veiligheidsincidenten.
De hogere olieprijs is ook voor Suriname van belang. De overheid hanteert een prijsplafond om te voorkomen dat stijgingen op de internationale oliemarkt volledig worden doorberekend aan automobilisten en andere brandstofgebruikers.
Minister Patrick Brunings heeft eerder aangegeven dat het steeds moeilijker wordt om dit prijsplafond te handhaven wanneer de internationale olieprijs verder stijgt. De overheid moet bij hogere wereldmarktprijzen mogelijk meer bijdragen om de binnenlandse brandstofprijzen op het gewenste niveau te houden.
De huidige olieprijs ligt inmiddels aanzienlijk boven de prijsniveaus van US$ 80 tot US$ 100 per vat waarover Brunings eerder zijn zorgen uitsprak.
Een verdere stijging kan daardoor de financiële ruimte van de overheid onder druk zetten. Dat betekent niet automatisch dat benzine en diesel in Suriname onmiddellijk duurder worden. De uiteindelijke pompprijzen zijn onder meer afhankelijk van het overheidsbeleid, de inkoopprijzen en de wisselkoers.
Voorlopig blijft de internationale oliemarkt sterk afhankelijk van de ontwikkelingen in het Midden-Oosten. Nieuwe aanvallen op energie-installaties of verstoringen van belangrijke scheepvaartroutes kunnen de prijzen verder opdrijven.
The post Olieprijs schiet boven US$ 117: druk op Surinaams brandstofprijsplafond neemt toe appeared first on Suriname Herald.
