Wie opzettelijk belastinggegevens lekt en wie door verwijtbare schuld de geheimhoudingsplicht schendt, krijgt in een voorgestelde nieuwe bepaling hetzelfde strafmaximum. Dat verschil tussen de gedragingen, tegenover een gelijke maximale straf, riep dinsdag 13 oktober vragen op in De Nationale Assemblée (DNA). NDP-fractieleider Rabin Parmessar wil weten waarom beide situaties zo worden behandeld en of dat evenredig is.
De kwestie kwam aan de orde bij de behandeling van de Invorderingswet en de Kostenwet Invorderingen Belastingen. In de mondelinge wijzigingsakte werd een nieuw artikel 57a voorgesteld. Dat bevat een strafmaximum van drie jaar hechtenis of een geldboete van SRD 500.000 voor schending van de geheimhoudingsplicht.
Parmessar wees op het onderscheid tussen opzettelijk handelen en een schending die aan iemands schuld is te wijten. Hij vroeg de regering te motiveren waarom het voorstel voor beide dezelfde maximale hechtenis en geldboete noemt. Ook wil hij weten of de gebruikte strafrechtelijke termen juridisch juist zijn en aansluiten op het toepasselijke strafrecht.
Opzet en schuld zijn verschillende situaties
Raymond Sapoen (NDP) ondersteunde die vraag. Hij wees erop dat iemand die willens en wetens een geheimhoudingsplicht schendt anders handelt dan iemand aan wie de schending door schuld kan worden verweten. Dat verschil moet volgens hem worden betrokken bij de strafrechtelijke beoordeling.
Jeffrey Lau (NPS) stelde daarnaast de vraag waarom een aparte strafbepaling nodig is. Hij verwees naar een bestaande regeling voor schending van een ambtsgeheim in het Wetboek van Strafrecht en vroeg hoe het nieuwe artikel zich daarmee verhoudt. Ook merkte hij op dat de voorgestelde bepaling volgens hem geen onderscheid maakt tussen een ambtenaar en een derde die de geheimhoudingsplicht schendt.
Die vragen gaan over de inrichting van het wetsvoorstel. In het aangeleverde debat wordt geen concreet geval besproken waarin iemand belastinggegevens heeft gelekt, en er wordt geen persoon van zo’n schending beschuldigd.
Meer ruimte om gegevens te delen
De discussie over bestraffing liep naast een wijziging van de regeling voor gegevensverstrekking. De regering stelde voor dat de minister in bepaalde gevallen ontheffing van de geheimhoudingsplicht kan verlenen. Daaronder valt het verstrekken van gegevens aan een bevoegde instantie wanneer dat noodzakelijk is voor de bestrijding van witwassen, terrorismefinanciering of andere financieel-economische criminaliteit.
Parmessar erkende dat zulke gegevensverstrekking een legitiem publiek doel kan dienen, maar vroeg om duidelijke waarborgen. Welke instantie is bevoegd, welke gegevens zijn noodzakelijk, wie beoordeelt de evenredigheid en hoe wordt misbruik voorkomen? Die vragen moeten volgens hem worden beantwoord voordat ruime bevoegdheden voorspelbaar kunnen worden toegepast.
Hij bracht daarbij ook de bescherming van beroepsgeheimen en medische gegevens ter sprake. Kishan Ramsukul (VHP) vroeg tijdens zijn bijdrage eveneens aandacht voor privacy, digitale veiligheid en bedrijfsgeheimen. Volgens hem hebben betrokkenen zorgen over bepalingen die de verstrekking van gegevens en gegevensdragers mogelijk maken.
The post Nieuwe straf op lekken belastinggegevens roept vragen op in DNA appeared first on Suriname Herald.
